Het Werkgeverspensioen: een aanvulling

Als u een pensioen opbouwt via uw werkgever, bent u waarschijnlijk aangesloten bij een zogenoemde pensioenverzekeraar. Dit is meestal een verzekeringsmaatschappij die straks op uw 65ste de uitbetaling van uw pensioen verzorgt. Afhankelijk van de bedrijfstak waarin u werkt bent u verplicht aangesloten bij het desbetreffende bedrijfs(-tak)pensioenfonds . Bijvoorbeeld het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid (bouwsector), het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP, overheid en onderwijs) of PGGM (zorg en welzijn).

Werkt u u bij een multinational zoals Heineken, Ahold of KLM, dan bent u verplicht aangesloten bij het eigen pensioenfonds van de onderneming. Daarnaast zijn er verplicht gestelde beroepspensioenregelingen voor onder andere apothekers, artsen en notarissen. Ook laten sommige bedrijven een pensioenarrangement samenstellen bij een verzekeringsmaatschappij naar keuze.

Een goed pensioen is in de volksmond 70% van het laatstverdiende salaris. Omdat u vanaf uw 65ste jaar minder belasting gaat betalen, kunt u, ondanks dat u bruto minder inkomen krijgt, toch netto in inkomen gelijk blijven. Dit zou de ideale situatie zijn. Aangezien men meestal pensioen opbouwt van 25 tot 65 jaar (40 jaar), zou men per jaar dus 70 (%) : 40 (jaar) = 1,75% per jaar pensioen moeten opbouwen om straks op 70% uit te komen. Lang niet alle pensioenfondsen streven echter naar een opbouw van 1,75% per jaar. Soms bouwt een fonds een lager percentage op, of zelfs een vast bedrag, ongeacht de hoogte van het salaris.

Ook het systeem van pensioenopbouw is van invloed:

  • eindloonregeling,
  • middelloonregeling,
  • beschikbare-premieregeling.

Bij de traditionele eindloonregeling is het pensioen een percentage van het laatstverdiende salaris. Bij de middelloonregeling wordt het pensioen berekend over uw gemiddelde salaris dat u had in de tijd dat u bij de werkgever in dienst was. Steeds meer werkgevers stappen tegenwoordig over op de beschikbare-premieregeling. Hierbij zegt de werkgever geen pensioenuitkering toe, maar een jaarlijkse pensioenpremie. Dit kan een vast bedrag zijn of een percentage van uw loon. Met deze premie kunt u zelf een pensioenverzekering afsluiten.
Een nadeel van deze regeling is dat u alleen uw premie kent, en niet de uiteindelijke hoogte van het pensioen. Want dit is afhankelijk van het rendement dat wordt behaald met het ingelegde geld.

Tot slot hangt de hoogte van uw pensioen nog af van de hoogte van de AOW-franchise. In veel pensioenregelingen is een bepaald drempelbedrag (de franchise) opgenomen, waarover u geen pensioen opbouwt. U ontvangt vanaf uw 65e jaar immers AOW. Dat geld hoeft u dus zelf niet meer als pensioen op te bouwen. De franchise kan sterk verschillen per werkgever. En daarbij geldt: hoe hoger de franchise, hoe lager het bedrag waarover u pensioen opbouwt.